Author: admin33

Nooit gesloopt Nijmegen

‘Soms zou je willen dat de bestuurders, die verantwoordelijk waren voor de wederopbouw wat zorgvuldiger met het oude Nijmegen waren omgegaan’, stelt kunstenaar Kees Moerbeek in zijn nieuwste boek ‘In weemoed kan je niet wonen’. Hierin laat hij de Oude Stad, waarvan grotendeels zwart-wit foto’s bewaard zijn gebleven, weer tot leven komen, o.a. door kleur toe te voegen. En de ‘KeesMoerbeek’-sfeer, inderdaad melancholisch met enkele personen in een verder stille omgeving, en in een bijzonder licht. Het boek is niet alleen mooi, maar zet ook aan het denken over hoe er in Nijmegen werd en wordt omgegaan met materieel erfgoed.

‘De vergeten straat’
De benedenstad, Oude Stad genaamd, is ontstaan aan de oever van de Waal en in de middeleeuwen organisch langs de flanken van vijf heuvels omhoog gegroeid. De grote hoogteverschillen en gebogen en kromme straten zijn kenmerkend. Het was eeuwenlang een centrum van bedrijvigheid, fabrieken als de zeepziederij en slachterij waren er gevestigd, stadsboerderijen, en vele winkels en horeca, ook al omdat het verkeer er langs kwam om overgezet te worden met de gierpont Zeldenrust en voor klandizie zorgde.
Begin 20e eeuw veranderde het historisch hart van de stad van karakter. Bij regenval gutsten de viezigheid, de zeepvlokken en het slachtbloed, door de straten in stromen naar beneden. De gegoede burgerij vestigde zich liever in de vlakke en droge ‘bovenstad’ en fabrieken verkozen elders domicilie. Langzaamaan verloederde de benedenstad en werd er niet meer geïnvesteerd in verbetering. Was het een bewuste politiek van negeren en laten verkommeren? In de landelijke pers verschenen al in de jaren dertig artikelen over de zorgwekkende staat van de woningen. De komst van de Waalbrug in 1936 en het bombardement van 1944 zorgden voor de nekslag. In de wederopbouwjaren was er zo’n woningnood dat de ‘onbewoonbare verklaarde woningen’ desondanks ‘onverklaarbaar bewoond’ werden. Het duurde nog decennia, tot in de jaren zeventig, voordat er een grootschalig plan voor nieuwbouw kwam. Dat verdiende een Europese prijs, vanwege de kleinschaligheid, het volgen van de oude loop van de straten en de sociale woningbouw op wat feitelijk een A-locatie is. Nijmegen was aan een ramp ontsnapt, omdat eerdere plannen van o.a. Bakema met grote betonkolossen die rigoureus elk verleden zouden hebben vernietigd, geen uitvoering kenden. Maar Kees Moerbeek laat zien dat met de Oude Stad veel meer gedaan had kunnen worden dan alleen nieuwbouw plegen. Het eigen karakter van historische stad had wel degelijk behouden kunnen worden en hebben geresulteerd in een meer karakteristieke wijk.
Het boek gaat over weemoed, nostalgie, maar is tevens een les over hoogmoed van bestuurders die te achteloos met het verleden omgaan. En tenslotte gaat het over moed om daar iets aan te doen.

Het boek is voor 19,95 euro te koop bij Dekker & van de Vegt boekhandelaren en bij Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.

Nijmegen de oudste! Wetenschappelijk bewezen, wat de Van Rossems ook mogen mopperen.

Historicus Maarten van Rossem stelde in het TV-programma ‘Hier zijn de Van Rossems, in Nijmegen’ van 15 mei, dat hij de hele discussie tussen Nijmegen en Maastricht wie zich de oudste stad van Nederland mag noemen, maar flauwekul vindt. Daarbij gaat hij volgens collega-historicus Will Brouwers te gemakkelijk wetenschappelijke argumentaties uit de weg.


Will Brouwers, gepubliceerd in De Gelderlander, 3 juni 2021

“Toevallig zag ik onlangs op NPO 3 Hier zijn de Van Rossems voorbij komen. Ze waren in Nijmegen. Het format van het televisieprogramma is aardig; drie grumpy mensen die vanuit hun expertise – historie, kunsthistorie en architectuur historie – een stad onder de loep nemen.

Over Nijmegen had Maarten van Rossem – de historicus van de familie – te melden dat het in zijn ogen maar ‘een onzinnige discussie’ is welke stad de oudste van Nederland is. Dit op grond van zogenaamde gemeentelijke geldverspilling. En ‘gezeur’ dat Nijmegen zichzelf tot de oudste stad van Nederland heeft uitgeroepen op grond van archeologische vondsten. 

Er zijn in Nederland inderdaad veel oudere nederzettingen archeologisch aangetoond. Maar dat is iets anders dan de oudste stad. Speciaal voor de familie Van Rossem en alle anderen zal ik het nog één keer  uitleggen: Nijmegen is met afstand de oudste nog bestaande stad in Nederland.

Een stad is een nederzetting met bepaalde juridische rechten, zogenaamde stadsrechten, verleend door een landsheer. In de Romeinse tijd was dat niet anders. Alleen de keizer kon een nederzetting stadsrechten verlenen. Dat gebeurde regelmatig en was fel begeerd bij alle nederzettingen in het Romeinse Rijk. De vrije burgers van een stad werden automatisch ook Romeins burger. Dat was zeker niet voor elke inwoner van het Romeinse Rijk het geval.

In de Romeinse tijd bestond een duidelijke hiërarchie in urbanisatie:

Urbs: Er was natuurlijk maar één echte stad: Rome. Dat werd de Urbs genoemd. Tegenwoordig zouden we metropool zeggen.

Colonia: Daarna kwamen steden met de eretitel Colonia, oorspronkelijk een semi-militaire nederzetting van veteranen in pas veroverd gebied. De burgers waren ex-soldaten en dus sowieso Romeinse burgers. Ze hadden een gemeenteraad en regelden hun zaken redelijk autonoom. Deze stadstaat-vorm was het bindmiddel van het Romeinse Rijk. Een bekende Romeinse Colonia was Keulen.

Municipium: De nederzetting van de tweede rang heette een Municipium. Dat was een stad met bijna dezelfde rechten als een Colonia. De inwoners waren echter geen Romeinse veteranen, maar eerder bondgenoten van de Romeinen met een aan de vroegste Romeinse bondgenoten, de Latijnen, gerelateerd burgerrecht. Een stad met de titel Municipium had ook een gemeenteraad en autonomie.

Vicus: De derde term voor een nederzetting van enige omvang was Vicus. Een Vicus was een dorp met het voorkomen van een stadje dat vaak op een verkeerstechnisch gunstige plek lag. Een Vicus had geen stadsrechten.

Nijmegen heette Municipium Ulpia Noviomagus Batavorum. Het had de titel Municipium en was dus officieel een stad met stadsrechten. Wannéér dat gebeurde, blijkt uit de tweede titel, Ulpia. Dat is de achternaam van keizer Trajanus die regeerde 98-117 na Christus. Het derde onderdeel van de naam Noviomagus betekent zoiets als Nieuw markt. Zo heette Nijmegen voor keizer Trajanus. En de term Batavorum slaat op het feit dat Nijmegen de hoofdstad was van de Civitas (regio/gemeente) der Bataven.

Terugkomend op de uitzending van de ‘Van Rossem-experts’: niet op grond van een mening maar op grond van epigrafische, historische en archeologische feiten is Nijmegen gewoon de oudste stad van Nederland. Als we dat erkennen, hoeven we er geen onzinnige discussie meer over te voeren.

Maastricht kwam overigens nooit verder dan de Vicus-status.”

Will Brouwers is historicus

https://krant.dg.nl/titles/degelderlander/7110/publications/25986/articles/1363656/33/1

 

‘Goed bestuur naar eer & geweten’: de WBTR

In Nederland kunnen heel veel zaken alleen doorgang vinden, omdat vrijwilligers ‘uit vrije wil’ bestuurstaken op zich nemen. Dat geldt ook voor de erfgoedsector en dat moeten we koesteren. Hoewel iedere bestuurder ‘naar eer en geweten’ slechts het belang van de organisatie op het oog heeft is er lang niet altijd overeenstemming tussen bestuurders wat nou dat belang is. Regelmatig zijn er conflicten, sterker nog: in Nijmegen heeft elke grote en ook kleinere instellingen wel eens te maken gehad met bestuursconflicten. De afgelopen twee decennia heeft de cultuur- en erfgoedsector gepoogd dat door zelfregulering op te lossen om zo wanbestuur te voorkomen. Daartoe konden vrijblijvend convenanten over ‘Good Governance’ worden getekend. In Nijmegen was de toenmalige directeur van De Vereeniging de allereerste om een dergelijke ‘Goed Bestuur’- overeenkomst te ondertekenen bij de wethouder. Hij werd later door de rechter veroordeeld vanwege belangenverstrengeling en zelfverrijking.

Een nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) maakt een einde aan de vrijblijvendheid, bevordert de professionalisering van besturen en poogt door oplegde regelgeving taken en verantwoordelijkheden van bestuurders nog duidelijker vast te leggen. De wet gaat op 1 juli in, maar kent een overgangsperiode van 1 tot 5 jaar.

Het is lastig om te zeggen welke consequenties de WBTR voor elke specifieke instelling voor erfgoed heeft. Het hangt namelijk sterk af hoe de statuten nu zijn opgesteld. Is er sprake van een ‘meervoudige stem’ en gezamenlijke bevoegdheid (‘vier-ogen principe’)? Is er een regeling opgenomen voor ontstentenis oftewel de afwezigheid van besturen en wie dan beslissingsmacht krijgt. Is er sprake van een Raad van Toezicht en zijn de taken van deze raad in de statuten goed geregeld? Is een kascommissie opgenomen en legt deze verantwoordelijkheid af aan de ledenvergadering? Bestuurders worden vanaf 1 juli hoofdelijk aansprakelijk voor hun besluiten. Veel organisaties zullen een verzekering hebben afgesloten om deze bestuurlijke verantwoordelijkheid te ondervangen, zodat de vrijwillige bestuurders niet persoonlijk worden belast.

 

‘Check & balances’

Er is tot nu toe weinig publiciteit geweest over de nieuwe wet. De coronacrisis is daarvan één van de oorzaken. Niettemin heeft de politiek vorig jaar bewust gekozen voor 1 juli als ingangsdatum. Dan geldt een verscherpte aansprakelijkheid voor bestuursleden. Met een goede voorbereiding is dit echter niet iets om wakker van te liggen. Voorwaarde is wel dat je binnen het bestuur afspraken hebt gemaakt en vastgelegd zoals de wetgever die graag ziet.

Er is door koepelorganisaties een WBTR-stappenplan opgezet, waarmee het verenigingen en stichtingen gemakkelijk wordt gemaakt op maat de goede maatregelen te nemen. Veel koepelorganisaties onderschrijven die doelstelling en bieden aangesloten leden een korting van 50% op gebruik ervan. Dat geldt o.a. voor de Nijmeegse Vrijwilligerscentrale en Erfgoed Gelderland.
In plaats van 240 euro kost het gebruik van dit stappenplan 120 euro.

In dat stappenplan worden concrete vragen gesteld over hoe het geregeld is in de organisatie, wat er wel of niet staat opgenomen in de statuten of in het huishoudelijk reglement. Afhankelijk van de specifieke antwoorden op deze vragen geeft het stappenplan aan of er actie nodig is en reikt het op maat juridische teksten aan die kant-en-klaar kunnen worden overgenomen. Indien statuten worden gewijzigd moet dit wel door de notaris worden bekrachtigd en dat kost geld.   

Een deel van de verenigingen en stichtingen is inmiddels al aan de slag gegaan. De kortingscodes staan op https://wbtr.nl/partners/
en op de websites van de  Nijmeegse Vrijwilliggerscentrale/Gelderse handen en Erfgoed Gelderland:
https://www.geldersehanden.nl/blog/hulp-en-voordeel-voor-besturen-bij-invoeren-wbtr
en
https://erfgoedgelderland.nl/nieuws/wbtr-nieuwe-wettelijke-verplichtingen-voor-verenigingen-en-stichtingen/

In de ledenvergadering van december bespreken de CPRN-leden hun ervaringen met de WBTR.

Erfgoed betekent zoveel meer!

Erfgoed maakt de laatste tijd, mede dankzij het gemis ervan in coronatijd, een ‘groeispurt’ door. Alom wordt erkend, niet in de laatste plaats door de overheid, dat erfgoed van wezenlijk belang is voor de samenleving. Erfgoed is erfgoud! Het bevordert de identiteit en trots, het vertegenwoordigt niet alleen immaterieel, maar ook materiaal een grote waarde, want het heeft economisch potentieel, het zorgt voor sociale cohesie, bewijst actualiteitswaarde door hedendaagse  toevoegingen of innovatie en bevordert burgerschap door democratische participatie. Dit zijn zomaar wat termen uit het Verdrag van Faro. Interessant, maar hoe vertaal je dat als erfgoedvrijwilliger naar de praktijk? En wat is het Verdrag van Faro nu eigenlijk precies? Deze vragen staan centraal tijdens het webinar, georgansieerd door Erfgoed Gelderland: ‘Haal samen meer uit je erfgoed’ op donderdag 10 juni 2021.

 

Laagdrempelig programma

Het online event is bedoeld voor vrijwilligers in de erfgoedsector. Tijdens het event gaan we het Verdrag van Faro beetje bij beetje ontleden. Wat moet je ermee? Wat kán je ermee? En hoe gaan andere erfgoedorganisaties er mee om? Het programma is laagdrempelig en er is genoeg ruimte voor vragen en interactie. Met inspirerende voorbeelden van uiteenlopende erfgoedorganisaties laten we zien hoe het verdrag vertaald kan worden naar de praktijk.

Erfgoedvrijwilliger.nl

Het webinar wordt georganiseerd door Erfgoed Brabant, Erfgoedhuis Zuid-Holland en Erfgoed Gelderland. De drie erfgoedhuizen bereiden zich gezamenlijk voor op het Verdrag van Faro, bijvoorbeeld door middel van het platform erfgoedvrijwilliger.nl. Op erfgoedvrijwilliger.nl kunnen erfgoedorganisaties gratis vrijwilligersvacatures plaatsen én relevante informatie en inspiratie over erfgoedparticipatie vinden. 

In het kort en aanmelden

 

Wat

Webinar ‘Haal samen meer uit je erfgoed. Erfgoedvrijwilligers en het Europese Verdrag van Faro in de praktijk’

Wanneer

Donderdag 10 juni 2021

Hoe laat

15.00 – 17.00 uur (digitale inloop vanaf 14.45 uur)

Aanmelden

www.erfgoedvrijwilliger.nl/aanmelden-haal-samen-meer-uit-erfgoed

Deelname

Je ontvangt de link om deel te nemen uiterlijk één dag van tevoren

 

Voor vragen over dit webinar kunt u contact opnemen met Lian van der Zon. Lees ook het interview met Lian over het Verdrag van Faro.

 

Met vriendelijke groet,

Westervoortsedijk 67-D, 6827 AT ARNHEM

+31 (0)26 3521 690

info@erfgoedgelderland.nl

www.erfgoedgelderland.nl

Centraal Station vernieuwt in tijdlagen

De komende jaren krijgt het centraal station van Nijmegen een metamorfose. Het is op station Eindhoven na nu al het drukst bezochte station buiten de randstad. Aan de westkant komt een geheel nieuwe ingangspartij, aan de oostkant moet een verdiept fietspad voor een scheiding van de grote verkeersstromen zorgen. Vier bij het CPRN aangesloten leden hebben een werkgroep ‘Nijmegen spoort wel?/!’ gevormd om in het ontwerpproces met name de cultuurhistorische kant aandacht te geven.

De erfgoedvereniging Heemschut Gelderland-kring Nijmegen, de vereniging Numaga, Gilde Nijmegen en Stichting Nijmegen Wederopbouwstad hebben als gezamenlijke missie beschreven: “Het gaat ons niet in de eerste plaats om het in stand houden van objecten uit een verleden dat voorbij is, maar om het zoveel mogelijk begrijpelijk, zichtbaar en beleefbaar houden van de wordings-geschiedenis van het gebouw in de nieuwe ontwikkeling. 

De rampen in de oorlog behoren ook tot ons erfgoed. Ook dat bepaalt onze identiteit, de rampen misschien nog wel meer dan wat bewaard is gebleven. De eisen die een hoogfrequent spoor stelt en de enorme toename van het aantal reizigers verdienen onze aandacht net zozeer als de resten van het station uit andere tijden. Een moderne stadspoort van allure is net zo belangrijk als de sporen van haar verleden.”

Het station dateert uit 1897 en is ontworpen door C.H. Peters, een leerling van Cuypers. Diens invloed is zichtbaar in de neo-gotische stijl aan de buitenzijde. De imposante hal met zijn vele rondbogen toont echter eerder invloeden uit de oosterse bouwkunst.

Het unieke van het Nijmeegse station is de vier tijdslagen die zichtbaar zijn. Met de wederopbouw na de oorlog van het zwaar beschadigde deel door architect Sybold van Ravesteijn met verwijzingen naar Italiaanse bouwkunst (arcades, campanile met bovenop een beeld van Karel de Grote) ontstond een tweede tijdlaag. Dankzij twee uitbreidingen in de jaren tachtig en deze eeuw vanwege de toegenomen drukte is veel pregnants van de voorgaande twee tijdlagen verdwenen.
De herinrichting beoogt deels weer recht te doen aan de voorgaande tijdlagen, maar tevens om eigentijdse architectuur te realiseren oftewel een vijfde tijdslaag.  .

 

Visualisatie historie in Waalfront

Het CPRN heeft zich sinds 2003 ingezet voor het zichtbaar maken van de cultuurhistorie in de plannen van het Waalfront/Koers West, het voormalig industriegebied tussen de spoorbrug en de nieuwe Oversteek. Het behoorde decennialang tot de rafelranden van de stad, maar is een absolute hotspot als het gaat om de geschiedenis van Nijmegen: de Romeinse stad Ulpia Noviomagus lag er, het Fort Krayenhoff als onderdeel van de uitgebreide 19e eeuwse vestingwerken en grote Nijmeegse fabrieken, o.a. de NYMA en Honig.
Wat heeft die inzet opgeleverd? In april 2021 behandelde de gemeenteraad van Nijmegen het Plan Beeldkwaliteit voor deze A-locatie.

(more…)

Continue reading

  • 1
  • 2

Colofon

Webredactie: Heyta Melssen, André Stufkens en Pauline de Weijer

Ontwerp: Walter van Rooij, Buro Brandstof

© Website: CPRN en de auteurs

© Foto’s: fotografen vermeld onder de foto’s

© Films: filmmakers vermeld bij de films

© Kunstwerken: kunstenaars vermeld bij de kunstwerken.

Het CPRN doet haar best om de rechthebbenden te achterhalen, mocht u menen recht te kunnen doen gelden kunt u dat melden bij het secretariaat.

Contact

secretariaat@cprn.nl

Bankrekeningnummer: NL78 RABO 0105 2900 17

KvK nummer: 09148216

Support: