logo CPRN
Home Nieuws CPRN Activiteiten Agenda Contact TV-serie Seminar
welkom op de website van het CPRN

LEDEN

Architectuur Centrum Nijmegen
AWN Vereniging van vrijwilligers in de archeologie, afdeling Nijmegen e.o.
De Bastei / Museum De Stratemakertoren
Europese Stichting Joris Ivens
Gebroeders van Limburg
Gemeente Nijmegen (geen lid maar adviseur en toehoorder)
Gilde Nijmegen
Heemschut Gelderland
Historisch Huis- en Veldnamenonderzoek
Historische Vereniging Marithaime
In Paradisum
Museum Het Valkhof
Museumpark Orientalis
Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945
Nederlandse Genealogische Vereniging (Kwartier van Nijmegen)
NEM Novio Experience Museum
Nijmegen Blijft In Beeld
Noviomagus.nl
Numaga
NVOB Cultuurfonds
Oranjestichting
Regio VVV Rijk van Nijmegen
Regionaal Archief Nijmegen
Stedelijk 4 & 5 mei Comité Nijmegen
Stichting Romeinenfestival
Stichting Stevenskerk
STIENEO
Valkhof Vereniging
Van 't Lindenhoutmuseum
Vereniging Buren zonder Grenzen / Nachbarn ohne Grenzen e.V
Vrienden van Concertgebouw De Vereeniging


 


Nieuws

Lentse Historische Kring

geplaatst op: 29-4-2010
De Lentse Historische Kring is geen vereniging met een bestuur en met betalende leden of een stichting met een bestuur en donateurs. De Lentse Historische Kring bestaat uit een groepje mensen in en buiten Lent, dat geďnteresseerd is in de geschiedenis van Lent en de samenhang daarvan met de stadsgeschiedenis en de historie van de Over-Betuwe. Deze mensen betrekken de uitgaven van de kring. Daarnaast een aantal wetenschappelijke instituten en historische archieven in Nederland en Duitsland alsmede bevriende verenigingen in de steden en in de regio.
 
Contactadressen;
Drs. E.F.M. Boshouwers, Groenewoudseweg 49  6524 TP  Nijmegen. 024-3232587
M.A.G.M. Schenkels Heemraadstraat 190 6525 TK Nijmegen. 024-3833484
 
Publicaties van de Lentse Historische Kring:
 
Lent lang vervlogen tijd
 
Is de titel van het periodiek historisch cahier met opstellen over de geschiedenis van het oeverdorp Lent en het aangrenzende Doornik. Na de verschijning van het eerste nummer in september 1985 zijn nog 30 nummers verschenen. De uitgaven werden op A4 formaat gebracht met een gemiddelde omvang van 60 eenzijdig bedrukte pagina’s.
 
Supplement behorende bij Lent lang vervlogen tijd.
 
In de supplementen behorende bij deze historische cahiers werden de teksten opgenomen van onze bijdragen in o.m. Nijmeegs Katern van de Vereniging Numaga, Kringblad van de Historische Kring Bemmel en Valkhofnieuws van de Valkhofvereniging.
In de supplementen ook de teksten van lezingen die wij voor bevriende verenigingen hielden.
Verder de teksten van kritieken op Lent lang vervlogen tijd in dag- en weekbladen en tijdschriften.
De supplementen worden op A4 formaat uitgevoerd met een gemiddelde omvang van 55 pagina’s.
In totaal verschenen tot heden 19 supplementen.
 
Atlas Lent lang vervlogen tijd.
 
Deze uitgave verschijnt op A3 oblong formaat met de intentie om de vele tekeningen, plattegronden, landkaarten, tabellen en grafieken die direct of zijdelings met de historie van Lent te maken hebben zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen, inclusief details uit die illustraties. Atlas Lent lang vervlogen tijd heeft een gemiddelde omvang van 65 pagina’s. Er verschenen 12 nummers. In september 2004 werden in de nummers 8 t/m 12 350 illustraties en details uit die illustraties in kleur of in zwart/wit opgenomen. Uitsluitend bestemd voor historische archieven.
 
Lentse Historische Kring op internet.
 
Sinds augustus 2005 staan de hoofdzaken van de Lentse historie op de website van Stichting Noviomagus: www.noviomagus.nl/Lent/001.htm Op deze website werden in 19 paragrafen min of meer in chronologische volgorde veel illustraties met korte bijschriften opgenomen . In paragraaf 23 werd de inhoudsopgave van alle verschenen nummers opgenomen. De internetbewerking werd door de Stichting Noviomagus uitgevoerd.
 
Lent lang vervlogen tijd in vogelvlucht. (twee delen)
 
In 450 A4 pagina’s werd de geschiedenis van Lent samengevat. Elke paragraaf met verwijzing naar details in onze eerdere publicaties met relevante bijzonderheden. De paragrafen lopen parallel met de indeling op de website Lentse Historische Kring van de Stichting Noviomagus.
 
Samenhang, verbanden en verbondenheden, oorzaken, aanleidingen en gevolgen in de boeiende en vaak verbijsterende historie van de Over-Betuwe.
 
Twee studies die in 2008 en 2009 verschenen met een analyse van de vele raakvlakken in de lokale historie van de Betuwse woonkernen en met de uitwerking daarvan in een drietal voorbeelden wordt getracht een verdere samenwerking van de historische verenigingen te realiseren.
 
Verantwoordelijk voor inhoud en vormgeving.
 
Verantwoordelijk voor de inhoud en de vormgeving van alle genoemde uitgaven en voor de teksten van lezingen die door de Lentse Historische Kring werden aangeboden is Martien A.G.M. Schenkels, Heemraadstraat 190, 6525 TK Nijmegen, Tel.: 024-3833484. E-mail: magms.schenkels@gmail.com.
 
Het citeren uit bovengenoemde publicaties is uitsluitend toegestaan met duidelijke bronvermelding. Het letterlijk of in bewerkte vorm verveelvoudigen en/of openbaar maken van deze teksten of gedeelten daarvan en het reproduceren van eigen illustraties of details daaruit door middel van druktechnieken, kopieertechnieken, microfilm of op welke andere wijze dan ook is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur niet toegestaan. Hetzelfde geldt voor de data  van de Lentse Historische Kring op de website van noviomagus.
 
In het Regionaal Archief Rijk van Nijmegen kunnen alle verschenen publicaties geraadpleegd worden.
 
Redactionele formule.
 
De redactie beperkt zich tot de zuivere historische aspecten. De geschiedenis van Lent in het watergevaarlijke polderland wordt in verband gebracht met de geschiedenis van de Over-Betuwe, van de rivaliserende steden Arnhem en Nijmegen op de waterveilige oevers, met de geschiedenis van het kwartier van Nijmegen, met de historie van Gelre, Geldern en Gelderland en met de Europese historie. Om samenhang, verbanden en verbondenheid, oorzaken, aanleidingen en gevolgen te traceren. Heemkunde en genealogie passen niet in deze strakke formule anders dan ter illustratie van historische data. De tijd en de mogelijkheden om de culturele geschiedenis incl. de taalverwantschap met Brabant, Utrecht en de Nederrijnse territoria uitputtend te behandelen heeft ons tot op heden ontbroken. In onze uitgaven gaan wij als regel niet verder dan juni 1936 toen koningin Wilhelmina de Waalbrug voor het verkeer openstelde. Aan de politieke ontwikkeling in de gemeenten en het gewest na de geruchtmakende Elster verkiezingsfraude werd nog geen aandacht besteed.
 
In alle uitgaven worden bronnen en literatuur vermeld en de gegevens die wij van bevriende relaties mochten ontvangen. Of er werd verwezen naar eerdere publicaties waarin die bronnen werden genoemd.
 
Inhoudsopgave Lent lang vervlogen tijd in vogelvlucht.
 
De nummering van onderstaande paragrafen in Lent lang vervlogen tijd in vogelvlucht loopt parallel met de nummering van de paragrafen met een verkorte weergave op de website www.noviomagus.nl   /Lent/001.htm.
 
Aantekening vooraf: De agrarische en economische geschiedenis naast de geschiedenis van de vele natuurrampen die Lent (tot 1834) hebben getroffen zijn drie rode draden door de hele geschiedenis van het oeverdorp. In verschillende paragrafen werd naar bijzonderheden uit die rode draden verwezen.
 
5. De vroegste geschiedenis van Lent.
De bewoningsgeschiedenis van Lent is oud, heel oud, en gaat terug tot de midden steentijd, de bronstijd en de ijzertijd. De Bataven vestigden zich in o.m. Ressen en Oosterhout leren ons de vondsten van archeologen. Ook de Romeinen waren met een aantal bouwwerken in Lent vertegenwoordigd. Na de  doorbraak van de Rijn bij Pannerden rond 250 n.Chr. waarna 90% van alle Rijnwater via de Waal naar de Noordzee werd getransporteerd veranderde het Lentse landschap door de jonge oeverwallen die de rivier zelf opwierp.
 
6. Merovingische immigranten en Merovingische monniken.
De Merovingische immigranten die in het begin van de 7e eeuw in het kader van een vreedzame kolonisatie zich in de delta van de grote rivieren vestigden waren aanvankelijk nog heidens leren ons de opgravingen van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek. Met die immigranten uit het Rijn.Moezelgebied kwamen monniken uit de jonge Frankische kloostermilieus om die mensen te kerstenen. Zij stichtten hoeven o.m. langs de Noordelijke Waaloever, maakten een begin met de ontginningen en de eerste waterlossingssystemen, brachten betere landbouwgereedschappen en betere zaden en bevorderden op die manier een betere levensstandaard voor de inheemse bevolking. Het begin van het cultuurlandschap Over-Betuwe. In 674 werden de monniken van de Familia Sancti Vedasti uit Atrecht door de (schijn)koning Theoderik bevestigd in het bezit van 36 hoeven in Batua en 6 hoeven transrenum. Met de centra Wulfaram cum capella en Rexnam cum curtis. Deze koninklijke bevestiging werd in de volgende eeuwen door koningen en pausen herhaald. In 1167 werden de goederen van de Atrechtse abdij aan Diederik van Kleef verkocht. 32 jaar later werden de hoeven in Lent geschonken aan het Nijmeegse hospitium.
 
7. Van Lent’s in de late middeleeuwen.
Uit de grote adellijke familie van Lent kennen wij de stadsbestuurders van Nijmegen die 2 ˝ eeuw lang tot het begin van de zestiende eeuw vrijwel onafgebroken deel uit maakten van het stadsbestuur en als raadsvrienden. Uit andere takken van het geslacht kwamen de ministerialen van de graaf/hertog  in de kwartieren van Gelder. De laatste schepen van Lent in Nijmegen, Gerardus, bezat alleen in Lent in 1505 110 morgen. Zijn voorvader, Diederik van Lent, was als kamerheer van de hertog, als rentmeester in drie kwartieren en als bondgenoot van Johan van Kleef de belangrijkste telg. In de burgeroorlog van de Bronckhorsten en de Hekerens verloor hij zijn kasteel Lent en zijn versterking in de Beuningse uiterwaarden. Zijn schoonzoons, Bartold van Doirnick en Sander van Apeltern verloren eveneens in die oorlog hun kastelen. In de zestiende eeuw waaierde het geslacht van ministerialen, kooplieden, reders en landgoedbeheerders uit over alle buurlanden van Gelder om tenslotte af te zakken tot het niveau van ‘kleine luyden.’ Sic transit gloria mundi.
 
8. Een optocht van natuurrampen.
In de dertiende eeuw werd de Over-Betuwe voor overstromingen beschermd met doorlopende bandijken. Zonder zich te realiseren dat met die bandijken de natuurlijke retentiebekkens, de lage komgronden, werden afgesloten. Het is het lange verhaal van dijkdoorbraken en dijkverleggingen, van dijkverzwaringen, kribben en ritsen. Van de doorsnijding van de Ooi en het Bylandse kanaal. Het verhaal ook van tal van andere natuurrampen die tot schrale oogsten of misoogsten hebben geleid. Het verhaal ook van het groeiende Lentse Schependom dat na de doorsnijding van de Ooi in een eeuw tijd afkalfde tot de smalle strook van nu. De prangende vraag blijft hoe die mensen konden overleven, zo zij al overleefden.
 
9. Bestuur en rechtspraak.
De jure beschikte de ambtman/richter/dijkgraaf van de Over-Betuwe in naam van de landsheer over de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Bepaalde de hoogte van de belastingen bestaande uit de optelsom van generale lasten en dijklasten en bepaalde de opkomst van weerplichtigen en arbeidsplichtigen. De facto was zijn functioneren mede afhankelijk van de invloed van de steden Arnhem en Nijmegen, de steden Gendt en Huissen in zijn eigen ambtsgebied en de potentaatjes in enkele heerlijkheden. De invloed van de steden was groot. Volgens het verkregen rivierrecht beschikte Nijmegen over de laad- en loswallen in Lent, Herwen en Aerdt en de Altena en heerste over de landsheerlijke pontveren naar Nijmegen. De grootste zorg van de stad was het bevaarbaar houden van de rivier waardoor b.v. kribben en ritsen werden verboden. Nijmegen had bestuurlijke macht in het z.g. Lentse Schependom en Nijmegen bepaalde aan de hand van de gildenreglementen wie welk beroep aan de Veerdam mocht uitoefenen. Nijmegen beheerste de weg naar Elst en later, met Arnhem, de Grift en de Griftdijk. Het Kleefse Huissen belastte goederentransport over de Rijn naar Arnhem en de IJsselsteden en Huissen beheerste ook de landweg Lent, Bemmel, Huissen, Arnhem. Gendt had zijn eigen richter/dijkgraaf en evenals Huissen weigerden die steden de dijkschouw door de ambtman/  richter/dijkgraaf van de Over-Betuwe. Pas kort voor de Franse tijd kwam daaraan een eind. Stadse goederen voor de poldermensen werden met accijnzen belast..
 
10. 1591 Keerpunt in de geschiedenis.
De opstand van de Nijmeegse bevolking tegen de Unie van Utrecht in 1585 had o.m. tot gevolg dat op de Lentse oever de eerste schans Knodsenburg werd opgeworpen met de intentie de Waalkade te bombarderen. In 1590/91 werd die schans gereconstrueerd zodat ook de binnenstad van Nijmegen met Staats geschut bereikt kon worden. Iedereen en alleman werd verplicht mee te werken aan die reconstructie. Het gehate pressingsysteem van Maurits. De handel met Nijmegen lag al die tijd stil. In oktober trok Maurits de stad, die door de Spanjaarden praktisch was verlaten, binnen. Nijmegen werd gedegradeerd tot schildwacht van Holland in de uithoek van de prille republiek, afgesneden van zijn natuurlijke achterland en aan vervolging van de katholieken blootgesteld. Vermogende kooplieden, reders en gildenmeesters trokken met hun kapitaal en met de verjaagde katholieke geestelijkheid naar elders. De stad verkommerde en kon pas in 1874 aan een inhaalslag beginnen. De agrariërs in Lent en in de Over-Betuwe moesten naar additionele markten omzien en hun assortimenten aan die markten aanpassen. De expanderende steden in Holland werden hun afnemers.
 
11. Economische groei aan de Veerdam door Grift en Griftdijk.
      De eerste Franse invasie.
Bij een krimpende economie van de stad groeide de behoefte aan betere verbindingen met het noorden om enige compensatie voor verloren omzetten te genereren. In 1611 werd de brede trekschuitenvaart de Grift voor het scheepvaartverkeer opengesteld. De sluizen van de Grift werden bij de ijsramp van 1634 verwoest en vervangen door een brede dam. Voortaan moesten alle goederen voor en van Nijmegen aan de Veerdam worden overgeslagen. In datzelfde jaar was de brede gezande Griftdijk met een royale veedrift gereed gekomen. De eerste snelweg Arnhem-Nijmegen. Dienstverlening, nering en ambacht groeiden aan de Veerdam die in lintbebouwing opschoof naar het oude dorp. Lent werd het grootste aaneen gebouwde dorp van de Betuwe. In 1657 kwam de gierpont in de vaart. In 1672 raasde de eerste Franse invasie als een wervelstorm over het dorp alles verwoestend wat het op zijn weg tegen kwam. Die Franse invasie was de oorzaak van het graven van het defensiekanaal, het Pannerdense Kanaal. In 1708 werd deze waterweg voor het handelsverkeer opengesteld en daarmede verliep het omslachtige transport via de Grift. De beide steden zagen geen brood meer in de exploitatie en droegen de Grift in 1741 over aan het gewest die de Grift in 1742 sloot en grote delen liet dempen. Het dienstencentrum aan de Veerdam verkommerde. Langs de Griftdijk verrezen buitenhuizen van stadse forenzen.
 
12. Lent een tweelingdorp.
 
In het oude dorp Lent rond de kerk woonde en werkte de agrarische bevolking voor wie Nijmegen de economische horizon was. Aan de Veerdam en opklimmend langs de Griftdijk naar het oude dorp de herbergiers en stalhouderijen, kooplieden en ambachtslieden en mensen die hun brood verdienden aan het onderhoud van de vaarweg en het onderhoud van de trekschuiten. In die zin was Lent een atypisch  dorp in de Betuwe. De brede trekschuitenvaart met de hoge Griftdijk had het dorp in twee stukken verdeeld die onderling moeilijk bereikbaar waren. De reformatie splitste het dorp in een grote meerderheid katholieken onder de agrarische bevolking en een minderheid protestanten onder de niet agrarische ondernemers.
 
13. Twee eeuwen discriminatie.
De katholieken, de Wederdopers, de Lutheranen, de Arminianen en de joden waren tot tweederangs burgers gedegradeerd. Zij mochten geen ambten bekleden en geen ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf uitoefenen. Hun kinderen werd onderwijs onthouden. Aanvankelijk zochten de Lentse katholieken hun heil in Huis Notenstein in Oosterhout voor hun eucharistievieringen, later in Elst in de Bremerton en in het gedoogde schuilkerkje in Eimeren. Of zij gingen naar het godsdienstvrije Huissen of naar de verborgen kerkjes op Nijmeegse moutzolders. Wij weten weinig, heel weinig van de trieste geloofsvervolging. De regenten hadden vooral behoefte aan rust in hun ambtsgebied en lieten de katholieken zoveel mogelijk met rust. Wat twee eeuwen discriminatie voor deze bevolkingsgroep betekende zien wij terug in de langdurige harde emancipatie van de katholieken die na de tweede Franse invasie begon.
 
14. Rampzalige Franse tijd.
In het najaar van 1794 werd in allerijl een verdedigingslinie langs de noordelijke Waaloever van Gorinchem tot Emmerik opgeworpen met Lent als speerpunt om de opdringende Fransen bij de rivier een halt toe te roepen. Lent stroomde vol krijgsvolk uit Hannover. Bivaks werden in het open veld opgeslagen, artillerie in de bandijk ingegraven, achterhuizen en schuren gesloopt voor brandhout want het was dat najaar vroeg koud. Met de Fransen marcheerde een diepe malaise ons land binnen en een nauwgezette administratie. Zo werden de eerste volkstellingen gehouden. In 1808 stond Lent met 843 ingezetenen op de vijfde plaats, minder dan voor de Franse invasie. Elst stond op de achtste plaats met 563 ingezetenen. Bij de scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht werd de Lentse gerichtsbanck als laatste lagere bank opgeheven. Nijmegen zag af van het Lentse Schependom dat voortaan onder het ambt Over/Betuwe viel. In 1811 werd Lent met Ressen en Doornik een zelfstandige gemeente met Jonker Jacob Frans de Ranitz als eerste burgemeester.
 
16. Plankenkerk en waterstaatskerk.
De Fransen brachten godsdienstvrijheid en gelijkheid van alle burgers. In de praktijk betekende dat geen gelijkwaardigheid. Na twee eeuwen systematische achteruitstelling, twee eeuwen praktisch zonder onderwijs, twee eeuwen zonder enige bestuurlijke ervaring en twee eeuwen zonder prominente leiders was er een lange weg te gaan voor de katholieken als gelijkwaardige burgers zouden worden beschouwd. Met de schaarse middelen waarover de katholieken in de Over-Betuwe beschikten werden schuurkerkjes gebouwd zoals in Lent de plankenkerk aan de Steltsestraat. De kerk werd georganiseerd in staties en Lent viel onder de statie Oosterhout. In 1837 werd met subsidiegeld een z.g. waterstaatskerk gebouwd. In 1851 werd Lent een zelfstandige statie. Na het herstel van de kerkelijke hiërarchie in 1853 werd het in 1855 een zelfstandige parochie.
 
17. Emancipatie en politiek geharrewar.
Pas na de grondwet van 1848 komt er vaart in de emancipatie van de katholieken. Nieuwe leiders staan op zoals Deken Triebels, Dr, Berends en Langendam in Nijmegen. Katholiek basisonderwijs en vervolgonderwijs, zieken- en bejaardenzorg door religieuzen komen in een stroomversnelling. Vrijheid van drukpers bracht tal van nieuwe kranten en tijdschriften zoals De Gelderlander. In de politiek gold het census kiesrecht. Weinig katholieken in Lent hadden kiesrecht. Door de uitbreiding van het kiesrecht konden in 1875 wel katholieke kandidaten worden gekozen. Dat leidde tot de geruchtmakende Elster verkiezingsaffaire die de tweede kamer bereikte. In de landelijke politiek vonden katholieken en protestanten elkaar in schoolstrijd en de strijd om het algemeen kiesrecht. In de gemeentelijke politiek bleven katholieken en protestanten venijnig tegenover elkaar staan. In 1879 kreeg Lent zijn neogotische kruiskerk.
 
 18. Het dienstencentrum in Veur Lent.
In de late middeleeuwen al, vertelt de kaart van Jacob van Deventer, kende Lent binnedijks bij de Veerdam een geconcentreerde bebouwing van horecabedrijven, stalhouderijen, ambachtelijke bedrijfjes en mensen die uit handel en verkeer hun inkomsten genereerden. In de oorlogsperiode 1585-  1591 werd dat centrum verwoest. Na de openstelling van de Grift groeit de bedrijvigheid aan de Veerdam in een snel tempo en groeit de Veerdam in lintbebouwing langs de Grift aaneen met het oude dorp. Na de openstelling van het Pannerdense Kanaal neemt de bedrijvigheid af en na 1742 schiet er weinig meer over behalve horecabedrijven, stalhouderijen en ambachtelijke bedrijven voor de lokale markt. Die ondervinden na 1879 hinder van de concurrentie met de spoorwegen. Na de opening van de Waalbrug in 1936 resteert er nauwelijks nog iets van het oude centrum.
 
19.Voortschrijdende specialisatie in het agrarisch bedrijf.
De agrarische geschiedenis van Lent begint met de primitieve landbouw van de Bataven en de Merovingers en eindigt met de beroemde Lentse potplanten in computergestuurde warenhuizen.. Met de afzet van hun oogstoverschotten komen de primaire handelsstromen met de handelsnederzetting aan de overkant van de Waal op gang. De boeren in het polderland produceerden in hun gemengde bedrijven voor de behoeften van de stadsbevolking. Graanproducten, bonen en erwten, kersen en appels, eieren en vee voor de stadse vleeshouwers. Naarmate de stad groeide groeide de afzet van een grotere productie. In het midden van de zestiende eeuw stagneert de groei van de Gelderse steden en na 1591 is de Nijmeegse markt te klein voor de poldermensen. Zij specialiseren zich in ooftbouw met nieuwe rassen appelen en peren, in de varkenshouderij voor Gelderse ham en Geldersspek en in de paardenfokkerij voor de explosief groeiende Hollandse steden. Commissionairs waren de tussenpersonen. In de zeventiende eeuw veranderden de voedingspatronen. De aardappel deed zijn intrede en met die aardappel de dagelijkse warme maaltijd met vlees en groenten. Daarop speelden de poldermensen in met steeds groeiende assortimenten groenten en zij verdienden een aardige cent aan de tabaksplanten. Na de moeizame eerste helft van de negentiende eeuw ging het beter in de agrarische sector. Wel ging de tabaksplantenteelt in het laatste kwart van die eeuw verloren maar groenteteelt in bakkenplekken en grote boomgaarden brachten nieuwe omzetmogelijkheden. Op het einde van de negentiende eeuw komen Duitse inkopers voor het snelgroeiende Roergebied hun inkopen doen. Na de tweede wereldoorlog verdwenen de meeste boomgaarden door de concurrentie met de Middellandse Zeelanden. In hun plaats kwamen de verwarmde kassen met potplanten. De bekende warmoezeniers van voor de oorlog verdwenen van de Nijmeegse markt. Door de voortschrijdende urbanisatie van de Over-Betuwe verdwijnen nu de meeste computergestuurde warenhuizen.
 
20. Openbaar en bijzonder onderwijs in Lent
Het onderwijs is in Lent laat op gang gekomen. De mensen die het zich konden permitteren stuurden hun kinderen naar het basisonderwijs en eventueel het vervolgonderwijs in Nijmegen. Openbaar onderwijs in Lent dateert pas uit de tweede helft van de negentiende eeuw. De schaarse gegevens zijn weinig vleiend voor het niveau toen. Op het einde van de negentiende eeuw werd er een nieuwe ruimere school gebouwd die al direct concurrentie kreeg van de school met de bijbel van Wouter Isaäc Reijnders en van de katholieke meisjesschool van de zusters. In 1933 werd de openbare school gesloten.
 
21. De barre crisisjaren.
In de eerste wereldoorlog groeiden de economische bomen in Lent tot in de hemel. De agrarische ondernemers hadden dan ook geen gebrek aan bedrijfskapitaal maar aan cultuurgrond om hun productie uit te kunnen breiden. De verkaveling en de verkoop van het landgoed Het Laauwik kwam dan ook als een geschenk uit de hemel. Maar niet voor lang. Want in 1920 al begonnen de groothan- delsprijzen voor agarische producten te dalen en bleven dalen tot absolute dieptepunten in de dertiger jaren. Pas in de laatste jaren voor de tweede wereldoorlog is er enig herstel door een toegenomen Duitse afname. Het was de tijd van grote werkeloosheid, van deflatie en van faillissementen. De tijd ook waar aangeboden partijen op de veilingen werden doorgedraaid wanneer de minimum prijs niet werd gehaald.
 
22. Lent in stukken gehakt.
De Lentse kolk, het vogelparadijs, werd gedempt en de bandijk werd ter plaatse 60 meter landinwaarts verlegd. Ter bevordering van het doorstromingsprofiel van de Waal. De restanten van de Grift werden gedempt en Lent verloor zijn prachtige notenbomen en lindebomen. In de plaats daarvan een breed asfaltlint dwars door het dorp. Na de oorlog veranderd in een vierbaans verkeersweg. Lent Oost en Lent West waren met ‘de lus’ verbonden. Aan de oostzijde breidde het dorp zich uit. Aan de westzijde barricadeerde de hoge spoordijk verdere bebouwing. Het stationnetje Lent (op de verkeerde plaats voor passagiers uit Lent) werd definitief opgeheven. De GTW maakte hiervan gebruikt en opende een sneldienst Nijmegen-Arnhem.
 
 
 
 

 
 

<< terug



AGENDA

maandag 4 juni 2018
CPRN vergadering in Stadhuis

 

 

NIEUWS

Symposium: Is er toekomst voor het verleden van Waalfront?
visie CPRN inzake de reconstructie van Fort Krayenhoff dd 24-11-2015
seminar CPRN over Cultuurhistorie en Projectontwikkeling in Museum Het Valkhof op vrijdag 20 maart 2015
brief dd 8-12-2014 inzake Waalfront aan B&W van CPRN en Wijkvereniging Ons Waterkwartier

 

 

 

 
Glashuis 13 - 6511CR  Nijmegen - t 06-20306563 - mail ons